Home 
Eenwieleren 
Fietskeuze 
Disciplines
Recensies 
Terminologie 
Uitslagen 
Media 
In de Media 
Workshops 
Workshops
Promotie 
EW database
Linkpagina 
Contact 
Forum
Terminologie van het eenwieleren, zoals geciteerd door de van Dale
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M
N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

backflip, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder tijdens een sprong door middel van een trapbeweging het wiel een volledige achterwaartse slag (omwenteling) laat maken voordat hij weer op de pedalen landt
bergeenwieleren, zie: muni
combo, snelle opeenvolging en combinatie van trucs, zoals bv. uitgevoerd bij street en flatland; ondersteunend citaat: De volgende reeks zou voor kunnen komen bij flatland: wheelwalk, 270 unispin en 90 unispin
crankflip, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder tijdens een sprong door middel van een trapbeweging het wiel een volledige voorwaartse slag (omwenteling) laat maken voordat hij weer op de pedalen landt.
downhill, de; -s; onderdeel van de discipline muni, waarbij de rijder op een eenwieler met brede profielband zo snel mogelijk een berg afdaalt
drop, de; -s; (op een eenwieler) sprong omlaag, van een object af
droppen, zie: unitrial
doubleflip, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder tijdens een sprong door middel van een trapbeweging het wiel twee volledige voorwaartse slagen (omwentelingen) laat maken voordat hij weer op de pedalen landt.
eenwieler, de; -s; fiets met één wiel, zonder vrijwiel, waarbij de cranks direct vastzitten op de as waardoor de rijder moet blijven trappen om in beweging te blijven; ook: ‘eenwielfiets'; ondersteunend citaat: De cranks zitten direct op de as, bij een versnellingsnaaf zitten de cranks nog steeds direct op de as, maar wordt er door een ingewikkeld systeem met meer dan 24 tandwielen (in de naaf) voor gezorgd dat de naaf anderhalf keer zo snel draait dan de as. De as draait 1 keer, de naaf draait anderhalf keer. Op een standaard eenwieler zijn de naaf en de as tegen elkaar aan gelast.
eenwieleraar, de; -s; iem. die (geregeld) op een eenwieler fietst; ondersteunend citaat: Heel af en toe wordt in Nederland en België de term ‘eenwielfietser' (net als ‘eenwielfiets') gebruikt.
naar boven

eenwieleren, onov ww; eenwielerde, h. geëenwielerd; 1. op een eenwieler fietsen; ook: 'eenwielfietsen' 2. discipline binnen het wielrennen met (wedstrijd)onderdelen als eenwielrennen, muni, trial, freestyle, street en flatland; ondersteunend citaat: Alle disciplines zijn recreatief te beoefenen en elk onderdeel is ook een wedstrijdonderdeel. In Nederland lopen we in dat opzicht nog achter op andere landen, want er is bv. geen NK muni of NK freestyle, simpelweg omdat er nog niet genoeg belangstelling voor is. Het NK tijdrijden wordt jaarlijks gehouden op de afsluitdijk en er bestaan NK trial en NK street in Nederland. Internationaal gezien wordt elk onderdeel beoefend op het WK dat iedere twee jaar wordt gehouden. In landen als Duitsland, Amerika, Frankrijk en Denemarken is er wel sprake van kampioenschappen op alle onderdelen.

eenwielertrial, zie: unitrial

eenwielig, zie: -wielig

figuur, geheel van lijnen van (een onderdeel van) een wedstrijdoefening, bv. bij het eenwielfietsen; ondersteunend citaat: Per uitgevoerde truc krijg je een aantal punten en er zijn meer punten te verdienen als je deze truc in een bepaald figuur doet, bv. in een rondje of in een 8. In een rechte lijn fietsen levert het minste op, aangezien dit het makkelijkst is.

flatland; van ‘street' afgeleid onderdeel van de discipline eenwieleren, waarbij de renner individueel verschillende trucs als crankflips, unispins e.d., geïntegreerd in combinaties, uitvoert op een vlakke ondergrond; winnaar is de rijder die de meeste punten heeft behaald

freestyle, de; discipline binnen het eenwieleren waarbij de rijders individueel, in paren of als team trucs als pirouettes, kunstige figuren e.d. uitvoeren; winnaar is de rijder of het team die, dat de meeste punten heeft behaald

gap, de; -s; (bij unitrial) breedtesprong op een eenwieler tussen twee obstakels

grind, het glijden met de trapper en/of de crank over een glad obstakel, bv. een trapleuning, richel of funbox

hop, de; -s; (op een eenwieler) sprong omhoog, over of op een object, bv. op een stapel pallets, een muurtje, een trap of een bank ; ondersteunend citaat: Hecht alleen niet te veel waarde aan de hoogte van je hops! Als je zes pallets op kan springen, maar geen dunne rugleuning van een bankje, dan heb je vrij weinig aan je hoge hop. hoppen, zie: unitrial

hoptwist, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder met zijn eenwieler springt, in de lucht draait, bv. 180°, 360° of 540° graden, en weer landt

naar boven

landen, (van een truc bij het eenwieleren) succesvol afronden, dwz. met beide voeten op de pedalen, in controle na één slag (omwenteling) van het wiel

mountain-unicycling, zie: muni

muni, het; g.mv.; discipline binnen het eenwieleren waarbij de rijder op een eenwieler met brede profielband een ruig bergparcours aflegt, onder te verdelen in downhill, uphill en crosscountry; ook: ‘mountain-unicycling', ‘bergeenwieleren'; etymologie: samentrekking van ‘Mountain' (berg) + ‘UNIcycling' (eenwieleren), daarom wordt het ook vaak als MUni geschreven, met een aparte hoofdletter voor beide woorden

race, wedstrijdonderdeel van de discipline eenwielrennen waarbij de rijder op een afstandseenwieler met een grote (virtuele) wielomtrek zo snel mogelijk de wedstrijdafstand aflegt in een zo kort mogelijke tijd

skill, de; -s; gymnastische vaardigheid op een (kunst)fiets of eenwieler, bv. in stilstand balanceren of achteruitrijden, met uitvoering van acrobatische toeren, bv. op het frame staan en één been naar achteren strekken

skinny, de; - 's, skinnies (bij unitrial) dun obstakel van maximaal 10 cm breed tussen twee objecten waar de rijder overheen eenwielert, bv. brugleuning, rugleuning van een bankje, dunne balk die bevestigd is tussen stapels pallets, rail, smal muurtje

street; onderdeel van de discipline eenwieleren, waarbij de renner een parcours met obstakels, bv. trappen, handrails (metalen trapleuningen), richels zo kunstig mogelijk moet afleggen door met behulp van trucs als unispins en hoptwists e.d. erop, erover en eraf te springen en eroverheen te fietsen; ondersteunend citaat: Het verschil in uitvoering is vooral te zien in de verschillende onderdelen ‘techstreet' en ‘bigstreet'. De moeilijkheidsgraad van de truc is vooral van belang bij techstreet, de hoogte en de grootte van de truc bij bigstreet.; etymologie: van Eng. ‘street unicycling' (straateenwieleren)

tour, onderdeel van de discipline eenwielrennen waarbij de recreatieve rijder op een afstandseenwieler met een grote (virtuele) wielomtrek een bepaalde afstand rijdt
eenwielrennen; onov ww; eenwielrende, h. geëenwielrend; discipline binnen het eenwieleren, onder te verdelen in ‘race' en ‘tour'; ondersteunend citaat: Bij het WK eenwieleren wordt o.a. in de volgende onderdelen gestreden: de 100 , de 400, de 1500 en de 4x100 meter (estaffete), de 10 kilometer en de marathon. De laatste twee onderdelen zijn het meest populair. In Nederland hebben we het NK tijdrijden over een afstand van 38 km (gehouden op de Afsluitdijk) en in Canada is in 2008 voor het eerst een ‘Ride The Lobster' gehouden, een monsterrit van 800 km in 5 dagen. In de volksmond wordt dat de Tour de France van het eenwieleren genoemd.

tripleflip, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder tijdens een sprong door middel van een trapbeweging het wiel drie volledige voorwaartse slagen (omwentelingen) laat maken voordat hij/zij weer op de pedalen landt

trick, de; -s; gymnastisch kunstje op een (kunst)fiets of eenwieler, ook 'truc' genoemd; bv. de ‘crankflip' als trick bij de ‘skill' (vaardigheid) ‘surplace', het in stilstand balanceren op een eenwieler; ondersteunend citaat: Bij freestyle wordt meestal gesproken van ‘trucs', bij street noemen we het vooral ‘tricks'.

naar boven

truc, zie: trick

ultimate wheel, het; ultimate wheels; (simpelste uitvoering van een) eenwieler zonder frame en zadel, met trappers aan weerszijden van de wielas

unispin, de; -s; truc bij het onderdeel street, waarbij de rijder tijdens een sprong zijn eenwieler in de lucht draait, bv. 90°, 180°, 270° of 360° graden, en met zijn voeten op de band of pedalen landt Ondersteunend citaat: Als je een 90 of 270 unispin doet, moet je met je voeten op de band landen. Doe je een 180 of 360 (of 540, 720, 900), dan landt je op de pedalen. Wordt aangeduid door eerst de graden te noemen, bv. 180, en daarna de trick, de unispin. Dus: de 180 unispin.

unitrial, de; -s; onderdeel van de discipline eenwieleren, waarbij de renner een parcours met obstakels moet afleggen door erop, erover en eraf te springen en eroverheen te fietsen; ook: ‘eenwielertrial'; zie ook: street

uphill, de; -s; onderdeel van de discipline muni, waarbij de rijder op een eenwieler met brede profielband zo snel mogelijk een berg moet beklimmen
crosscountry, onderdeel van de discipline muni, waarbij de rijder op een eenwieler met brede profielband een ruig bergparcours aflegt, in een combinatie van downhill (afdalen) en uphill (klimmen)

wheelwalk, de; -s; truc bij de onderdelen freestyle en flatland, waarbij de rijder zijn voeten van de pedalen naar het wiel verplaatst en daarop afzet, zodat het lijkt alsof hij op het wiel loopt
-wieler, de; -s; als tweede lid in samenst. afleidingen als de volgende, met als bet.: rijwiel dat het door het telw. aangeduide aantal wielen heeft, bv. eenwieler, tweewieler, driewieler
-wielig, als tweede lid in samenst. afleidingen als de volgende, met als bet.: met zoveel of zulke wielen als door het eerste lid wordt aangegeven, bv. eenwielig, tweewielig, driewielig, kleinwielig
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M
N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z